Wmo in 2020

Op 1 januari 2020 wordt het abonnementstarief definitief van kracht. Dit is een vast tarief voor de eigen bijdragen aan Wmo-voorzieningen. Op deze pagina vindt u informatie voor gemeenten en zorgaanbieders.

Voorbereidingen

De wetswijziging heeft gevolgen voor het beleid én de uitvoering van gemeenten. De invoering van het abonnementstarief vereist een goede planning. De VNG heeft daarom in samenwerking met VWS, het ketenbureau en het CAK een checklist en een overzicht van veelgestelde vragen opgesteld. 

De checklist en de veelgestelde vragen helpen gemeenten bij de invoering. Ze staan gebundeld op de dossierpagina abonnementstarief Wmo van de VNG.

De komst van het abonnementstarief heeft ook gevolgen voor zorgaanbieders. De aandachtspunten die relevant zijn voor zorgaanbieders zijn te vinden in de factsheet van de VNG.

Naar factsheet abonnementstarief voor zorgaanbieders

Beleid

Voor de invoering van het abonnementstarief is een wijziging nodig van de Wmo 2015. De wijziging is gepubliceerd  op 22 mei 2019 in het Staatsblad (jaargang 2019, nr 185). Bij koninklijk besluit wordt de datum vastgesteld waarop de wijziging in werking treedt. Dit is naar verwachting op 1 januari 2020. Verder is aanpassing nodig van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 (gepubliceerd in staatsblad 319, jaargang 2019) en van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 (nog niet gereed). 

Dit verandert in 2020:

  • In 2020 betalen Wmo-klanten een eigen bijdrage van maximaal € 19,- per maand. Ongeacht het inkomen, vermogen en de hoeveelheid hulp en/of ondersteuning. Het inkomen is uiteraard nog wel relevant als het gaat om minimabeleid. 
  • De maximale eigen bijdrage van € 19,- per maand geldt per huishouden. Maken meer personen in één huishouden gebruik van de Wmo? Dan betalen zij samen € 19,-.
  • Onder het abonnementstarief vallen maatwerkvoorzieningen, persoonsgebonden budgetten (pgb) en algemene voorzieningen waarbij sprake is van een duurzame hulpverleningsrelatie. Een toelichting van dit begrip vindt u in de Notitie toelichting duurzame hulpverleningsrelatie. Gemeenten hebben daarnaast de vrijheid om ook andere algemene voorzieningen onder het abonnementstarief te brengen.
  • Over zorgjaar 2020 wisselen alleen gemeenten en het CAK gegevens uit. Zorgaanbieders leveren over zorgjaar 2020 geen gegevens meer aan bij het CAK. Wel kunnen zij in 2020 nog gegevens aanleveren over zorgjaar 2019.
  • Gemeenten bepalen of het collectief vervoer wordt uitgezonderd van het abonnementstarief.
  • Voor hulpmiddelen en woningaanpassingen geldt: de eigen bijdrage mag tijdens het gebruik van de voorziening de kostprijs niet overstijgen.
  • Voor hulpmiddelen en woningaanpassingen geldt: de eigen bijdrage mag tijdens het gebruik van de voorziening de kostprijs niet overstijgen
  • Gemeenten bepalen zelf vanaf wanneer de eigen bijdrage betaald moet worden. Dat kan per (soort) voorziening anders zijn: vanaf de afgifte van de beschikking of vanaf het moment dat de ondersteuning daadwerkelijk geleverd is. De bijdrage wordt geïnd vanaf de maand die volgt op de startdatum. 
  • Beschermd wonen (in natura, intramuraal) en maatschappelijke opvang vallen buiten het abonnementstarief. Hiervoor blijven de huidige inkomensafhankelijke eigen bijdragesystematieken bestaan.  Het pgb voor beschermd wonen (met wooncomponent) komt onder dezelfde systematiek te vallen als Beschermd wonen in natura. Zie ook de VNG ledenbrief van 22 augustus.

    Let op

    Aanbieders van algemene voorzieningen die onder het abonnementstarief komen te vallen, moeten gegevens met gemeenten uitwisselen. Ze mogen zelf geen eigen bijdrage meer in rekening brengen bij klanten.

Lees meer over wat er verandert in 2020

Aanleveren berichten

Voor de uitvoering van het abonnementstarief in 2020 is een nieuwe standaard voor het uitwisselen van gegevens ontwikkeld: de i Eigen bijdrage (iEb). Dit houdt in dat gemeenten een startbericht aanleveren bij het CAK wanneer een burger hulp of ondersteuning krijgt vanuit de Wmo. Wanneer de hulp of ondersteuning ophoudt, levert de gemeente een stopbericht aan.

Meer over de i Eigen bijdrage standaard vindt u bij Zorginstituut Nederland.

In de eerste helft van januari moet u de startberichten aanleveren voor alle Wmo-klanten in uw gemeente. Dit doet u via het Gemeentelijk Gegevensknooppunt (GGk). Alle klanten die in januari zorg of ondersteuning krijgen vanuit de Wmo moet u dus (opnieuw) aanleveren bij het CAK. Dit kan vanaf 2 januari.

Startberichten die worden aangeleverd na 15 januari 2020 kunnen wij pas in februari factureren. Zorg dus - indien mogelijk - dat u de startberichten voor deze datum aanlevert. Zo voorkomen we dat onze gezamenlijke Wmo-klanten onnodig stapelfacturen ontvangen.

Het CAK ondersteunt gemeenten bij de initiële aanlevering van de startberichten. In september, oktober, november en december stellen wij de gegevens beschikbaar die op dat moment bij ons bekend zijn. U ontvangt bericht als de bestanden klaarstaan.

Het abonnementstarief kan op aangeven van de gemeente worden gepauzeerd (tijdelijk opschorten van de eigen bijdrage). Er is geen apart pauzebericht. Een pauze moet u dus als stop- en startbericht bij ons aanleveren.

Een pauze is alleen effectief als deze langer duurt dan een kalendermaand. De betaling van de eigen bijdrage vindt namelijk plaats op maandbasis. In de maand van de stopdatum wordt de eigen bijdrage gestopt. Bijvoorbeeld: 

  • stopdatum 1 april 2020: eigen bijdrage stopt per 30 april 2020. De klant is vanaf 1 mei geen eigen bijdrage meer verschuldigd.
  • stopdatum 30 april 2020: eigen bijdrage stopt per 30 april 2020. De klant is vanaf 1 mei geen eigen bijdrage meer verschuldigd.

Als de datum voor het opnieuw starten van de eigen bijdrage (dus niet het moment van leveren aan het CAK) de 1e van de maand is, dan wordt voor die maand al de eigen bijdrage geleverd. Is de startdatum de 2e of later, dan start de eigen bijdrage in de volgende maand. Bijvoorbeeld:

  • startdatum 1 maart 2020: ingang eigen bijdrage 1 maart 2020
  • startdatum 2 maart 2020, ingang eigen bijdrage 1 april 2020

Let op

Bij een meerpersoonshuishouden is het belangrijk dat u van beide klanten de tijdelijke stop doorgeeft. Anders loopt de eigen bijdrage toch door (op basis van één persoon).

Lees meer over hoe kan ik het abonnementstarief pauzeren?

Per 2 januari 2020 hebben gemeenten de mogelijkheid om start- en stopberichten in te trekken.

Binnen de iEb geldt dat er 1 actief startbericht kan zijn. Een aangeleverd startbericht zal worden afgekeurd als er al een ander actief startbericht geldt.

Als de datum voor de start van de eigen bijdrage (dus niet het moment van leveren aan het CAK) de 1e van de maand betreft, dan wordt voor die maand al de eigen bijdrage geïnd. Is de startdatum de 2e of later, dan start de eigen bijdrage in de volgende maand.

Bijvoorbeeld:

  • startdatum 1 maart 2020: ingang eigen bijdrage 1 maart 2020
  • startdatum 2 maart 2020: ingang eigen bijdrage 1 april 2020

In de maand van de stopdatum wordt de eigen bijdrage gestopt.

Bijvoorbeeld:

  • stopdatum 1 april 2020: eigen bijdrage stopt per 30 april 2020. De klant is vanaf 1 mei geen eigen bijdrage meer verschuldigd.
  • stopdatum 30 april 2020: eigen bijdrage stopt per 30 april 2020. De klant is vanaf 1 mei geen eigen bijdrage meer verschuldigd.

Als een gezinslid verhuist zal opnieuw de huishoudsamenstelling worden getoetst door het CAK. Het gaat daarbij om de personen binnen het oorspronkelijke huishouden die zijn aangemeld voor de eigen bijdrage (voor zowel abonnementstarief als Wlz en Beschermd wonen). Op basis van de uitkomst zal voor de personen opnieuw de eigen bijdrage worden vastgesteld door het CAK.
 

Het is mogelijk om mutaties door te voeren op eerdere berichten. Het is daarbij niet van belang of een persoon inmiddels is verhuisd of niet. De mutaties die kunnen worden doorgevoerd zijn startdatum, startdatum kostprijs, kostprijs en stopdatum. Voor de start- en stopdatum geldt dat de aangepaste datum maximaal 12 maanden in het verleden mag liggen. De aangepaste datum mag niet liggen binnen de inningsperiode van de nieuwe gemeente.

Om gegevens tijdig te kunnen aanleveren bij het CAK, is de gemeente in een aantal gevallen afhankelijk van de zorgaanbieder. Maak hierover goede afspraken. Door gegevens tijdig aan te leveren voorkomen we dat onze gezamenlijke Wmo-klanten onnodig stapelfacturen ontvangen.

  • Neemt u als startdatum de toekenning van de zorg (301 bericht)? Houd dan rekening met eventuele wachttijden bij de zorgaanbieder.
  • Neemt u als start- en stopdatum de eerste/laatste declaratie (303-bericht) van de zorgaanbieder? Houd er dan rekening mee dat u afhankelijk bent van het tijdig declareren van de aanbieder.
  • Neemt u als start- en stopdatum het moment waarop de zorg feitelijk is geleverd of stopt (305/307 berichten)? Dan is het belangrijk dat u sluitende afspraken maakt over het consequent toepassen van het gebruik van de start/stop zorg berichten. Gebeurt dit niet, dan ontstaat het risico dat de klant geen of te lang een eigen bijdrage betaalt.

Kostprijsbewaking

Gemeenten hebben de verantwoordelijkheid om te bewaken dat Wmo-klanten niet meer betalen aan eigen bijdrage dan de kostprijs van hulpmiddelen en woningaanpassingen.

Gemeenten hebben hierin twee opties:

  • Gemeenten kunnen ervoor kiezen om de kostprijs zelf te bewaken.
  • Gemeenten kunnen ervoor kiezen om de kostprijs door het CAK te laten bewaken.

Let op

Het CAK heeft hierin een faciliterende en signalerende rol. De gemeente blijft verantwoordelijk voor het doorgeven van een stopbericht als met het betalen van de eigen bijdrage de kostprijs is bereikt.

In alle gevallen wordt gerekend met het wettelijke tarief van € 19,- per maand.

Als de gemeente de kostprijs door het CAK laat bewaken, dan levert de gemeente de kostprijs van de verstrekking die het langst loopt aan bij het CAK. Wij bewaken de kostprijs van de verstrekking die het langst loopt.

Het CAK kan maar 1 kostprijs bewaken en heeft daarom geen zicht op de lopende verstrekkingen. U bent verantwoordelijk om de verstrekking die het langst loopt aan te leveren bij het CAK en heeft inzicht in de lopende verstrekkingen.

Als de klant later aanvullend een verstrekking ontvangt met een langere looptijd dan de eerder aangeleverde kostprijs, dan verstuurt de gemeente een nieuw startbericht (mutatie). Heeft een verstrekking een kortere looptijd? Dan hoeft de gemeente geen nieuw bericht naar het CAK te sturen.

> Een uitgebreide beschrijving van het informatiemodel met toelichting vindt u op de website van Zorginstituut Nederland.

Lees meer over hoe het CAK de kostprijs bijhoudt

Het CAK start pas met het bewaken van de kostprijs zodra de gemeente aan het CAK een kostprijs doorgeeft. Gemeenten die dit niet doen zijn zelf verantwoordelijk voor de kostprijsbewaking.

Nee, dat mag niet. Het CAK gaat bij een samenloop van meerdere verstrekkingen uit van de langstlopende verstrekking zoals die wordt doorgegeven door de gemeente.
 

Als het CAK een stopbericht ontvangt, stopt niet alleen het innen van de eigen bijdrage, maar ook de kostprijsbewaking. Na de ‘pauze’ moet de gemeente opnieuw een startbericht doorgegeven, inclusief de resterende kostprijs. 
 

Gemeenten kunnen hulpmiddelen op verschillende manieren verstrekken: in eigendom of in bruikleen (huur, lease). In de wet is opgenomen dat voor hulpmiddelen en woningaanpassingen kostprijsbewaking plaats moet vinden. De manier van verstrekken en hoe tot de kostprijs wordt gekomen moet opgenomen worden in de gemeentelijke verordening.

Hieronder leest u welk bedrag u aanlevert in geval van:

  • verstrekking in eigendom;
  • algemene verstrekking waarbij sprake is van een duurzame hulpverleningsrelatie;
  • huur, lease en bruikleen.

Lees meer over: welk bedrag lever ik aan

Afsluiten zorgjaar 2019 en eerder

Er is sprake van een versnelde afwikkeling van zorggegevens over voorgaande zorgjaren (2019 en eerder):

  • In 2019 kunnen gemeenten en zorgaanbieders zorggegevens tot en met 2018 bij het CAK aanleveren.
  • In 2020 kunnen gemeenten en zorgaanbieders kunnen zorggegevens over 2019 bij het CAK aanleveren.

Alle verstrekkingen worden afgemeld door het CAK einde periode 13. Gemeenten hoeven hiervoor niets te doen.

Het zorgjaar 2019 eindigt op 29 december. Maken klanten op 30 en 31 december gebruik van de Wmo in de vorm van geleverde ondersteuning of een pgb? Dan wordt voor deze dagen geen eigen bijdrage geïnd bij de klant. Er is geen extra bijdrage periode die betrekking heeft op de laatste twee dagen van het zorgjaar 2019.

Gemeenten ontvangen over deze twee dagen wel afdrachten. De kosten van de zorgaanbieder zijn declarabel bij de gemeente.

Klantvoorlichting in 2020

Klanten voorlichten over de eigen bijdrage Wmo is een belangrijke taak van de gehele keten. Anders dan in 2019 heeft het CAK in 2020 geen inzicht meer in de geleverde hulp en/of ondersteuning. Ook zijn bepaalde klantengroepen niet bij het CAK bekend. Daarom moeten gemeenten hun klanten zelf over de volgende onderwerpen informeren.

Lees meer over aandachtspunten klantvoorlichting

We sturen tussen 19 en 30 november naar alle Wmo-klanten, die op dat moment bij ons bekend zijn, een informatiebrief. De brieven verschillen per situatie van de klant: 

Daarnaast sturen wij brieven met een algemene uitleg naar klanten in gemeenten met minimabeleid of met een aangepaste parameter (u moet als gemeente dus de specifieke bedragen communiceren):

Daarnaast informeren wij Wmo-klanten onder andere:

  • op onze website;
  • in Mijn CAK;
  • met extra informatiebladen bij meerdere facturen;
  • via social media;
  • tijdens telefoongesprekken;
  • via belangenorganisaties.

Anders dan in 2019 hebben wij in 2020 geen inzicht meer in de geleverde hulp en/of ondersteuning; Gemeenten geven alleen een start- en stopdatum, burgerservicenummer en eventueel de kostprijs aan ons door.

Wmo-klanten kunnen bij gemeenten vragen stellen over:

  • verstrekken van ondersteuning vanuit de Wmo;
  • voor welke vormen van ondersteuning een bijdrage verschuldigd is;
  • of er minimabeleid wordt toegepast;
  • of het tarief van € 19,- is verlaagd;
  • de wijze waarop de start- en stopdatum van de bijdrage is bepaald;
  • hoe een gemeente de kostprijs van een voorziening bepaalt;
  • of er gemeentelijke vrijstellingen zijn.

Download het overzicht met de vragen Wmo 2020 (06-11-2019, pdf, 471 kB) die gemeenten kunnen verwachten. In dit overzicht staan ook aandachtspunten voor de beantwoording van vragen. Wij monitoren continu de klantvragen over de Wmo. Dit bestand wordt daarom meerdere keren geupdatet.

Het CAK blijft verantwoordelijk voor het vaststellen en innen van de eigen bijdrage. Klanten kunnen bij het CAK terecht met vragen over:

  • de hoogte van de eigen bijdrage;
  • het inningsproces;
  • het betalen van de eigen bijdrage.

Wijzigingen in 2019

De veranderingen die in 2019 plaatsvonden binnen de Wmo vindt u hier op een rij.

Waar zoekt u naar?

Tip: vul één of twee woorden in voor het beste resultaat.

De website van het CAK maakt gebruik van cookies.


Wij kunnen u dan zo goed mogelijk helpen. Het accepteren van cookies zorgt ervoor dat deze website goed werkt en dat wij onze website steeds kunnen verbeteren.
Uiteraard zorgen wij goed voor uw privacy.